Solliciteren voor een wells fargo creditcard http://hollandpillen.com de premies ziektekostenverzekering door staat
M220 vrije vlucht_1

Zweefvliegen

Vrij in de lucht, in stilte genieten van het uitzicht, gebruikmakend van de krachten der natuur. Dat is zweefvliegen.

Zweefvliegtuigen kunnen lang in de lucht blijven door gebruik te maken van warm opstijgende lucht, de “thermiek”. Vanuit Nederland worden bij goed vliegweer ieder weekend vele vluchten gemaakt tot wel 1000 km afstand en vele uren achtereen genieten van het uitzicht, de spanning om iedere keer weer de thermiek te vinden en na een lange vlucht weer terug te keren op het vliegveld.  Bij voldoende ervaring ga je met een vliegtuig van de vereniging op vakantie naar Duitsland, of Frankrijk. Lekker twee weken met een “eigen” kist lange vluchten maken. Ieder jaar worden er op verschillende zweefvliegvelden wedstrijden georganiseerd, waarbij over trajecten van 200 tot wel 500 kilometer gevlogen wordt. De snelste die dit parcours afgelegd heeft, is de winnaar.  Deze vluchten duren soms wel 5 uur.

Startmethoden

Lierstart

In Nederland wordt voornamelijk de lierstart methode toegepast. Dit is ook de meest voordelige manier om het vliegtuig in de lucht te brengen. De lier bestaat uit een zware benzine, of dieselmoter, die een kabeltrommel aandrijft. Op de kabeltrommel ligt ca. 1000 meter staalkabel die met behulp van een sterke auto van de lier naar het zweefvliegtuig gebracht wordt. De kabel wordt aan het vliegtuig bevestigd en daarna wordt de lier gestart. Met ca. 100 km/u wordt daarna het zweefvliegtuig de lucht in getrokken. In 40 sec gaat het zweefvliegtuig naar een hoogte van 400 meter.

Sleepstart

Een andere maar veel duurdere methode is het opslepen door een motorvliegtuig. Het zweefvliegtuig wordt met een kabel van 50 meter aan de achterzijde van het motorvliegtuig vastgemaakt. Samen starten zij op de startbaan van het vliegveld en het motorvliegtuig sleept het zweefvliegtuig naar 500 meter hoogte. Daar ontkoppeld het zweefvliegtuig de kabel en gaat op zoek naar thermiek. Het motorvliegtuig keert terug en sleept het volgende vliegtuig omhoog.

Zelfstart

Sommige moderne zweefvliegtuigen hebben een ingebouwde motor, waarmee het zweefvliegtuig zelfstandig kan starten. Voor de start wordt de motor met propellor uitgeklapt. De vlieger start de motor en kan net als een motorvliegtuig starten. Als het zweefvliegtuig op hoogte is, wordt de motor gestopt en weer opgeborgen in de romp. Daarna is het weer een gewoon zweefvliegtuig.

Vliegopleiding

Hoe kan een zweefvliegtuig van tussen de 250 en de 700 kilo in de lucht blijven zonder een motor? Als je erover nadenkt is dat eigenlijk best raar.

Zweefvliegtuigen worden — net als elk ander voorwerp — aangetrokken door de zwaartekracht. Een zweefvliegtuig is alleen zo ontworpen dat het grote afstanden voorwaarts kan afleggen voordat de grond wordt bereikt. Hoe beter het zweefvliegtuig, hoe hoger het glijgetal. Het glijgetal geeft aan hoeveel meter het zweefvliegtuig kan afleggen door één meter te dalen. Moderne clubzweefvliegtuigen hebben al een glijgetal van meer dan 40. Als die dus op 1000 meter hoogte zitten, kunnen ze dus 40 kilometer vliegen.

Maar zweefvliegtuigen kunnen ook klimmen! Zonder dat je daar op de grond iets van merkt kan het in de lucht niet alleen horizontaal waaien. Er zijn ook luchtstromen die zich van beneden naar boven bewegen. Dit komt omdat de zon de aarde opwarmt, waarna de lucht die zich net boven die warme grond bevindt gaat opstijgen. Dit noemen we thermiek. En als zo’n zweefvliegtuig om te kunnen vliegen met 1 meter per seconde daalt en dat doet in een luchtstroom die met 3 meter per seconde opstijgt, gaat het dus per saldo met 2 meter per seconde omhoog. Een goede zweefvlieger ‘voelt’ gewoon waar de thermiek te vinden is en kan op die manier uren in de lucht blijven! Op die manier kun je grote hoogtewinst bereiken!

Als het vliegtuig eenmaal in de lucht is ervaar je hoe mooi het zweefvliegen is. Het zachte geruis van de lucht om het toestel heen, het bijna oneindige uitzicht en het ultieme gevoel van vrijheid. De spanning of je thermiek kunt vinden of dat je de andere clubleden binnen 6 minuten weer terugziet. Als je ziet dat andere zweefvliegtuigen aan het draaien zijn in de thermiek wil je daar natuurlijk ook naar toe. Daarom zie je vaak meerdere zweefvliegtuigen cirkelen in dezelfde thermiekbel. Voor veel zweefvliegers is hun sport en prachtige combinatie van actief bezig zijn, behendigheid, teamsport en grenzen verleggen.

De drempel om te gaan zweefvliegen is veel lager dan je denkt, net als de kosten.

Opbouw van de opleiding

Voor een volledig overzicht van de opleiding zweefvliegen en recent lesmateriaal verwijzen we graag naar het werk van Dirk Corporaal:

  www.zweefvliegopleiding.nl

Elementaire Vliegopleiding (EVO)

De reguliere zweefvliegopleiding bij onze club gaat van start in maart. Je begint met de elementaire vliegopleiding (EVO) waar je allereerst in een aantal lessen de theorie van het zweefvliegen uitgelegd krijgt. Om in de praktijk met de EVO aan de slag te gaan moet je WA verzekerd zijn. Voor dat laatste moet je lid worden van de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor de Luchtvaart. Dan ga je echt zweefvliegen. Je leert de basis van het vliegen: starten aan de lier, landen (met zijwind), bochten vliegen en circuit plannen. Je vliegt altijd met een instructeur op een tweezitter met dubbele besturing. Verder word je begeleid bij het veilig uitvoeren van activiteiten op het veld, zoals kabels aanhaken, tiplopen en lichtgeven. Het helpt om vaak te komen zweefvliegen, want ook hier geldt het aloude spreekwoord: oefening baart kunst! Heb je de basis onder de knie, dan ga je ‘solo’: je mag alleen vliegen in een zweefvliegtuig! Hiervoor is een medische sportkeuring verplicht.

Voortgezette Vliegopleiding I (VVO1)

Nadat je solo bent gegaan richt je je, nog altijd onder toezicht van een instructeur, op de voortgezette vliegopleiding I (VVO I). Je vliegt solo op onze eenzitter (Club Astir II) en doet regelmatig oefeningen met een instructeur op een tweezitter. Je houdt je onder meer bezig met steile (wissel)bochten, thermiekvliegen en doellandingen. In de wintermaanden, als er niet gevlogen wordt, volg je lessen en doe je theorie-examen voor je zweefvliegbewijs, het Light Aircraft Pilot Licence (LAPL) in de vakken zweefvliegtuigen (constructie en aerodynamica), instrumenten, voorschriften, human factors, meteo en navigatie. Het praktijkexamen voor je LAPL volgt als je je theorie hebt gehaald en de verplichte oefeningen goed beheerst. Slaag je voor dit examen dan ben je “zweefvliegbewijshouder”.

Voortgezette Vliegopleiding II (VVO2)

Na het behalen van je LAPL kan je blijven leren. De voortgezette vliegopleiding II (VVO II) richt zich op het overlandvliegen. Hiervoor worden je vaardigheden op het gebied van thermiekvliegen verder verfijnd en word je begeleid door een instructeur bij je eerste overlandvlucht. Deze vlucht zal plaatsvinden in de Morelli M-200. Als je hiervoor slaagt ga je met de Club Astir II je eerste solo overlandvlucht maken. Je kan je ook gaan bekwamen in het kunstvliegen. Het maken van loopings, stall turns, rugvluchten en nog veel meer.

Aanvullende informatie

  Lees over een vliegdag

  Zie de vloot waarop je les krijgt

  Check ook deze filmpjes!

  E-mail